Vakantie 2011 Noorwegen 2 Juni 2011
Nu we toch een beetje gewend waren geraakt aan ijs en sneeuw hebben we in vanuit Kaupanger voor de laatste keer de kou opgezocht, namelijk een Gletsjer. Vanuit Kaupanger is de gletsjer Nigardsbreen, dat deel uit maakt van het 500km2 gletsjergebied Jostedalsbreen, eenvoudig te bereiken. Jostedalsbreen is het grootste gletsjerveld op het Europese vaste land. Vanuit ons huisje zijn we in noord-westelijke richting naar Sogndal gereden. In Sognedal, net over de brug, zijn we rechtsaf geslagen naar wegnr.55. Bij Gaupne zijn we linksaf geslagen naar wegnr.604. Langs deze weg zagen we een aantal mooie watervallen en het kerkje in Jostedal is ook de moeite waard om te bezichtigen. Bij het Jostedal Glacier Visitor Centre is er een tolweggetje linksaf waar we een klein stukje verder op de ouderwetse manier tolgeld (30 kronen) in een envelop moesten doen en daarna in een op dat moment overvolle brievenbus moesten deponeren. De slagboom moesten we zelf bedienen.

Vanaf het bezoekerscentrum heb je al zicht op de gletsjer maar als je het tolweggetje na de slagboom helemaal uit rijdt dan kom je op een vrij grote parkeergelegenheid waar je mooi zicht hebt op het blauwe ijs van de gletsjer. Van hieruit vaart er van ongeveer 10 juni tot 1 september een bootje in 15 minuten naar de gletsjer. Te voet kun je ook bij de gletsjer komen maar dan doe je er 3 keer zo lang over. Ben je ouder dan 6 jaar dan kun je onder begeleiding van een gids zelfs wandelingen maken op en in de gletsjer. Op de parkeerplaats hebben we ons middageten genuttigd. Nadien zijn we terug gereden naar het Jostedal Glacier Visitor Centre waar we het een en ander hebben bekeken. Naderhand terug naar Gaupne aan wegnr.55 waar we linksaf zijn geslagen, richting Skjolden. Tussen Skjolen en Lom ligt Sognefjellet in het Nationaal Park Jotunheimen. Deze weg was in het jaar1400 al een belangrijke schakel in de handelsroute tussen Bergen en Gudbrandsdal.

Grote delen van deze weg zijn vernieuwd maar volgt nog grotendeels de oorspronkelijke route. Het is de hoogste bergpas in noord Europa en een van de mooiste bergwegen van het land. Vanaf Fortun heeft de weg 11 haarspeldbochten en stijgingen van 8 tot 11%, en is niet echt geschikt voor caravans. Het hoogste punt van de weg ligt op 1440 meter, tevens het hoogste punt in het Noorse wegennet. Voordat we dit punt bereikten reden wij al een tijdje in de mist en tussen de met sneeuw bedekte bergen. Onderweg waren we veel langlaufers (op wieltjes) gepasseerd, druk bezig om de steile hellingen te bedwingen. Een tweetal langlaufers zagen we op een parkeergelegenheid op 1000 meter hoogte, zij hadden hun doel al bereikt. Om niet midden in de nacht weer terug te keren bij ons huisje moesten we wel dezelfde weg terug nemen, maar dit heeft het voordeel dat je dan dingen ziet die je voorheen over het hoofd hebt gezien. In het begin van de avond kwamen we aan bij ons huisje.